Zo denk ik er over

Vrijheid van meningsuiting is de vrijheid van burgers om hun overtuigingen kenbaar te maken, zonder voorafgaande controle door de staat. Dat is de kern van artikel 7 van de Nederlandse Grondwet. Het is fantastisch dat we dit artikel in onze Grondwet hebben staan. We geven elkaar de ruimte om te zeggen waar we voor staan.

Het lijkt erop dat we in de praktijk niet alleen elkaar de ruimte geven, maar dat het individu de ruimte neemt om te zeggen waar hij of zij voor staat. Vrijheid van meningsuiting lijkt soms een vrijbrief om op een ongezouten manier de persoonlijke mening van iemand te uiten. Wettelijk is er een grens aan de vrijheid van meningsuiting, maar de grens van ‘goed fatsoen’ wordt eerder overschreden dan de juridische grenzen van laster en belediging. Anders gezegd: de Nederlander (als type) is in de afgelopen jaren wat botter en directer geworden.

Als ik die lijn doortrek en generaliseer, dan merk ik op dat ‘de Nederlander’ over van alles en nog wat een mening heeft én die mening ook wil laten horen. ‘We’ doen aan meningsvorming en meningsuiting. Dat laatste doen we aantoonbaar ruwer dan 2002, het jaar waarin Pim Fortuyn werd vermoord. Een Christen in het Nederland van 2018 leeft in en met deze onderstroom. Als Christen kun je zo gemakkelijk besmet raken met wat de maatschappij vandaag de dag ‘normaal’ vindt. Herken je dat?

Een Christen is vaak ook een gemeentelid, en als gemeentelid kan het zo maar gebeuren dat een mening wordt gevormd en een mening wordt geuit. Laten we eerlijk zijn: gemeenteleden hebben een mening over de lengte van de dienst, de liederen die we zingen, de persoon van de predikant, de inhoud van de preek, de manier waarop catechisatie wordt gegeven, hoe de clubleiding het doet… en nog veel meer. Soms zijn christelijke gemeenteleden gewone Nederlanders van deze tijd: bot en direct wordt een mening geuit, waarbij grenzen van goed fatsoen worden overschreden. Herken je dat?

Paulus schrijft in Rom. 12: 2 ‘U moet uzelf niet aanpassen aan deze wereld, maar veranderen door uw gezindheid te vernieuwen, om zo te ontdekken wat God van u wil en wat goed, volmaakt en hem welgevallig is.’. Het accent leg ik deze keer op het woord ‘gezindheid’. God wil de kern van ons bestaan – ons hart – vernieuwen.
Wanneer die kern vernieuwd is, is de vrucht daarvan merkbaar in ‘vriendelijkheid, goedheid, zachtmoedigheid’.
Ik citeer drie van negen elementen van de vrucht van de Geest, die Paulus opsomt in Gal. 5: 22. Die drie elementen zeggen iets over ‘goed fatsoen’. Trouwens, Paulus zegt ook iets over het vermijden van botheid en directheid. In Ef. 4: 29 staat ‘Laat geen vuile taal over uw lippen komen, maar alleen goede en waar nodig opbouwende woorden, die goeddoen aan wie ze hoort.’

Christelijk geloof gaat verder dan de buitenkant van ‘goed fatsoen’. De buitenkant die vrucht draagt van de Geest, wordt gevoed door de binnenkant: de kern van ons bestaan – onze identiteit – ons hart. Die binnenkant, die gezindheid, wil God vernieuwen. God vormt niet onze mening, maar ons karakter. Vrijheid van meningsuiting begint met de houding om ons karakter te laten vormen door God.

Dit verhaal is niet bedoeld om uw en jouw mening bij te schaven. Wat soms wel nodig is. Het is ook geen oproep om de manier waarop u en jij persoonlijk meningen uit beschaafder te maken. Wat soms wel plezieriger is. Dit verhaal is bedoeld als toerusting, als vorming. Om uw en jouw karakter te laten vormen… door God.
Herken je dat? Of heeft u daar een andere mening over?

20180712 ds. Jan

Off-line teruglezen? download dan hier.